Waarom sturen jullie geen informatie op?

Wanneer ik bel of mail met de vraag of jullie informatie op willen sturen doen jullie dit niet.

Wij willen graag dat ouders bewust voor kinderopvang de Toverfluit kiezen, voor de manier zoals wij werken. De keuze moet weloverwogen zijn gemaakt en bij voorkeur niet omdat wij toevallig in de buurt zitten.

Om een dergelijke keuze te kunnen maken moet je volgens ons ter plaatse, tijdens de openingstijden, gaan kijken. Dan zie je hoe het er aan toe gaat, wie de pedagogisch medewerkers zijn, hoe zij op de kinderen reageren en hoe de kinderen op hen reageren. Kun je vragen stellen en krijg je alle informatie.

Samen met je eerste gevoel heb je dan een redelijk beeld waarvan uit je kunt zeggen “dit voelt goed (of niet), hier wil ik mijn kind wel plaatsen”. Daar kan geen folder / informatieboekje tegenop, maar natuurlijk krijg je die tijdens het bezoek nog wel. Net zoals een inschrijfformulier welke je thuis rustig in kunt invullen om het dan weer bij ons in te leveren.


Is er een minimaal aantal dagdelen bij de VSO/BSO?

Ik heb maar opvang nodig voor één vso/bso dag. Wat adviseren jullie?

Onze ervaring is dat het voor een kind wat minder dagdelen bij ons komt, het moeilijker kan zijn om te wennen. Dit geldt niet alleen voor het kind, dit geldt ook voor de ouders en ons. De mogelijkheid bestaat voor een minimale afname van 1 dagdeel.

Om een kind die aandacht en begeleiding te geven die het nodig heeft moeten wij natuurlijk wel weten wat en wanneer het kind dit nodig heeft. Zoals we al hebben gezegd; voor ons zijn niet alle kinderen gelijk. Dus zo ook hun behoeftes niet. Zoals iedere ouder leren ook wij gaandeweg te herkennen waar een kind behoefte aan heeft. Hoe vaker wij een kind meemaken hoe sneller wij dit kunnen herkennen en hoe beter wij hierop in kunnen spelen. Doordat wij sneller op de behoeftes van kinderen in kunnen gaan is dit beter voor het kind en de kind-leidster relatie, het kan zich dan eerder op zijn gemak gaan voelen.

Doordat een kind meerdere dagdelen per week komt, herkent het sneller het ritme, went het niet aan 1 vaste leidster maar aan minimaal 2 leidsters wat een voordeel is wanneer een leidster ziek of met vakantie en/of vrij is. Een ander voordeel is dat meerdere leidsters zicht hebben op het kind en onderling de ontwikkeling van het kind kunnen volgen en samen kunnen bespreken.

Het mes snijdt aan 3 kanten, een vertrouwensband met open communicatie wordt sneller opgebouwd zowel bij kind, ouder als leidster. Het team herkent veel sneller de behoefte van het kind en zij kunnen daar op inspelen. Daarnaast lopen hierboven genoemde punten als rode draad door onze kinderopvangorganisatie doordat vanuit visie op kinderparticipatie voor de bso, het als belangrijk onderdeel van het pedagogisch beleid wordt gezien.

Voor ons is het belangrijk dat kinderen zich zo snel mogelijk op hun gemak voelen bij ons. Dat kinderen weten dat ze met hun behoeftes bij ons terecht kunnen en dat ze weten dat wij ze begrijpen. Hierdoor voelen kinderen zich ook serieus genomen door ons, ze krijgen dan ook een veilig gevoel. En dat veilige gevoel is nu net iets wat kinderen nodig hebben om zich goed in hun vrije tijd te kunnen ontwikkelen!

Ingeschreven en wat nu?

Hoe gaat het nu verder wanneer ik me heb ingeschreven?

Binnen 14 dagen nadat wij het inschrijfformulier hebben ontvangen krijg je van ons hiervan een digitale bevestiging. Wanneer het getekend is staat hier ook al meteen bij vermeld of de dagen die je hebt aangevraagd vrij zijn en per wanneer. In ieder geval ontvang je een maand na inschrijving een overzicht van wanneer en op welke dagen je kind kan worden opgevangen, een zogenaamd plaatsingsaanbod. Wanneer je hiermee akkoord gaat ontvangen wij graag 1 digitaal ondertekend exemplaar hiervan terug.

Wanneer kan ik ruilen?

Ruilen van dagen
Het ruilen van dagdelen kan tot 30 dagen voorafgaand aan de ruildag(en) en tot 30 dagen na de ruildag(en).
Voorwaarden zijn:
• Dit dient minimaal 14 dagen van tevoren aangevraagd te worden in de Toverfluit app.
• De ruildag kan alleen plaatsvinden als de groepsgrootte het toelaat en er geen extra medewerkster voor ingezet hoeft te worden.
• Als een opvangdag op een feestdag valt is ruilen van deze dag niet mogelijk.
• Het is niet mogelijk om een dag waarop het kind ziek is te wisselen voor een andere dag. Dit heeft te maken met de leidster die op dat moment wel is ingezet op de opvangdag, deze leidster kunnen we niet uit roosteren vanwege een kind dat ziekgemeld wordt.
• Het ruilen van dagen is gebonden aan de opvangsoort. Zo kan voorschoolse opvang geruild worden voor voorschoolse opvang en buitenschoolse opvang alleen voor buitenschoolse opvang.
• Ruildagen zijn kindgebonden en kunnen niet voor broertjes en zusjes gebruikt worden.
• Ruilen van opvang kan alleen tegen dezelfde opvangvorm, dus een dag of dagdeel kan worden geruild tegen een andere dag of dagdeel.
• Wanneer een kind een deel van de dag afwezig is, kan dit deel niet ingehaald worden.
• Bij frequent ruilen van dezelfde dag wordt met ouders de mogelijkheid besproken van een structurele wijziging van opvangdag.
• Een ruildag is een service naar ouders en geen verworven recht.

Hoe zit het met betalen als mijn kind niet komt?

Moet ik ook betalen voor de dagen dat mijn kind niet komt, zoals bijvoorbeeld een dagje vrij, ziek zijn of als wij met vakantie gaan?

Ja, ook deze dagen moeten worden doorbetaald.

De prijs die wij berekenen is gebaseerd op een bepaalde bezetting van kinderen, kosten van bijbehorend personeel en vaste lasten. Wanneer een kind niet komt doordat ouders een dagje vrij hebben of met vakantie gaan, blijft de vaste plaats voor het kind wel besproken.

Wij kunnen hier niet zomaar even een ander kind plaatsen om toch onze verdiensten binnen te krijgen. Alle kosten voor ons blijven toch doorgaan. Zelfs als het zo zou zijn dat hierdoor een leidster overbodig wordt, dan moet deze leidster toch gewoon doorbetaald worden. Immers ook zij is van tevoren ingepland en heeft een vast rooster. Dit is niet iets wat alleen voor onze leidsters geldt; zelf zou je het ook niet waarderen als je werkgever zegt “Vandaag moet je naar huis en wordt je ook niet betaald omdat er niet genoeg werk is”.

Voor wat betreft de feestdagen dat wij gesloten zijn, dit is al verrekend in de jaarprijs. Wij rekenen met 40 schoolweken of inclusief vakantieopvang met 51 weken per jaar.

Je kunt dit vergelijken met een sportschool, zwemles of bibliotheek, vaste parkeerplaats, hypotheek of huur van een huis. Hier betaal je ook vaak een vooraf besproken bedrag en kun je binnen dit bedrag gebruik maken van de faciliteiten. Of je hier nu wel of geen gebruik van maakt dat is je eigen keuze, maar het te betalen bedrag blijft hetzelfde.

Je zou het ook nog kunnen vergelijken met je eigen werk; wanneer je een dag vrij neemt wordt je toch doorbetaald. Tijdens de vakantie krijg je hier bovenop ook nog eens vakantiegeld en ook de kinderopvangtoeslag blijft gewoon doorgaan als een kind niet komt.

Wat als mijn kind ziek is?

Als mijn kind ziek is kan het dan toch komen?

De stelregel is dat een ziek kind de kinderopvang niet mag bezoeken. Dit in het belang van het kind, een ziek kind voelt zich het fijnste bij zijn ouders! Daarnaast wordt ook gekeken naar besmetting/ontstekingsgevaar en aandachtsverdeling van de andere kinderen.Wij zijn van mening dat een kind met een afwijkende lichaamstemperatuur niet ziek hoeft te zijn of zich zo te voelen, maar dat een kind met een normale temperatuur wel degelijk ziek kan zijn of zich zo kan voelen.

Wanneer wordt een kind dan als “ziek” gezien?

  • Wanneer het kind duidelijk niet lekker in zijn vel zit, erg hangerig en huilerig is en/of klaagt over pijn.
  • Als een kind meerdere malen aanhoudend spuugt, braakt of diarree heeft, waardoor het extra verzorging en aandacht nodig heeft die wij (op dat moment) niet kunnen bieden.
  • Bij een enkele (besmettelijke) kinderziekte. Dit om evt. uitbreiding van de ziekte tegen te gaan en het voorkomen van ontstekingen aan bv open blaasjes van het kind.
  • Wanneer het kind een verhoogde/verlaagde temperatuur heeft dan zal dit in overleg met ouders/kind worden gecontroleerd en worden de ouders hiervan op de hoogte gebracht. De leiding overlegt hierna met de ouders of het noodzakelijk en/of gewenst is dat het kind moet worden opgehaald.
  • In het geval van een (besmettelijk)infectieziekte handelen wij volgens ons Protocol Ziektebeelden KDV en BSO en laten wij ons, bij twijfelgevallen, door de GGD adviseren. Wanneer er sprake is van een heersende kinderziekte dan worden alle ouders hiervan op de hoogte gesteld. (infobord/schriftelijk/website).
  • Als het kind met lichte ziekte verschijnselen uit school komt of in vakantieperiode binnen wordt gebracht, dan zullen wij dit even aankijken.

Wanneer blijkt dat het kind zich echt niet lekker voelt, de verschijnselen duidelijker zijn of verergeren, dan wordt er contact opgenomen met de ouders of contactpersoon met het verzoek het zieke kind te komen halen. In het belang van het kind is het erg belangrijk dat er tijdens het brengen duidelijk wordt aangegeven of het kind zich hiervoor al niet goed voelde of heeft gevoeld en of er medicijnen(pijnstillers/koortsremmers) zijn gegeven. Hierdoor voorkomen we dat wij de verschijnselen als “eerste” verschijnselen aanzien en het ziektepatroon kunnen onderschatten.

Er worden bij de Toverfluit geen pijnstillende of koorts verlagende middelen toegediend aan de kinderen, ook niet op verzoek van de ouders. Wij waarderen het ook niet als kinderen gebracht worden terwijl zij deze al hebben gehad. Indien je een kind bijvoorbeeld paracetamol geeft voor aankomst bij De Toverfluit kunnen wij ons geen duidelijk beeld van de klachten vormen die het kind heeft. Immers het “medicijn” onderdrukt de klachten zoals pijn en een eventuele ontsteking en de koorts. Als het “medicijn” is uitgewerkt treedt er vaak in een zeer korte periode een temperatuurverhoging op. Dit kan koortsstuipen en warmtestuwing tot gevolg hebben, met alle gevaren die hierbij horen.

Voor meer en uitgebreidere informatie kunnen ouders hier kijken. In dit Protocol Ziektebeelden KDV en BSO staan de diverse ziektes, verschijnselen, oorzaak en wering vermeld.

Moe na een dagje bso?

Hoe komt het dat mijn kind zo moe is na een (mid)dag bij De BSO van de Toverfluit?

Een middag op de BSO is niet te vergelijken met een middag thuis. In de opvang doen (vooral de jongere) kinderen de hele middag door vaak meer en andere indrukken op. Er zijn meerdere kinderen aanwezig en vaak andere bezigheden dan thuis. Wij kunnen de hele middag met de kinderen bezig zijn. En sommige kinderen willen hier niets van missen. Hierdoor kan ook de hoeveelheid rusttijd anders zijn dan thuis. Natuurlijk wordt er ook gezorgd voor de nodige rustmomenten maar alles bij elkaar kan het best vermoeiend zijn voor ze.

Waarom raden jullie speelschoenen aan?

De nieuwe en dure merkschoenen van mijn kind zijn na één dag bij De Toverfluit al kapot, hoe lossen jullie dit op?

Wij vinden dat voorkomen beter is dan genezen en proberen dit dan ook te voorkomen door alle ouders de raad te geven om hun kinderen geen dure schoenen(kleding) aan te doen als ze naar De Toverfluit komen. Dit wordt regelmatig verteld, maar het staat ook in het informatie boekje en in het huisregelboekje wat iedere ouder krijgt en ook nog kan nalezen op onze site.

Wanneer de kinderen buiten spelen kan de kleding, hierbij horen dus ook schoenen, vies worden of kapot gaan. Vooral op de zogenaamde Bobby-Car hebben de schoenen veel te lijden. Kinderen remmen hiermee af!! Wij vinden het belangrijk dat kinderen lekker vrij kunnen spelen buiten en niet worden gehinderd door kleding die niet fijn zit of leidsters die zeggen dat ze iets niet mogen omdat anders de kleding vies wordt of kapot gaat. Zorg er dus voor dat je je kind brengt in kleding waarin het kan en mag spelen. Blijf hierbij bedenken dat het kinderen zijn die willen spelen en geen modeshows willen lopen. En zoals in de vorige vraag over schoenen staat te lezen hoeven goede (speel)schoenen niet duur te zijn. Het meegeven van speelkleding is voor ons ook geen optie. Bedenk maar eens wat voor tijd hiermee gemoeid is om alle kinderen eerst om te kleden, dit is kostbare speeltijd voor de kinderen die echt wel beter besteed kan worden.

Hoofdluis

Vrijwel iedere ouder met kinderen in de kinderopvang/schoolgaande leeftijd krijgt er vroeg of laat mee te maken: Hoofdluis.

Een lastig, maar verder onschadelijk diertje, dat leeft in het hoofdhaar van mensen. Je kunt er eenvoudig iets aan doen, maar het is nauwelijks te voorkomen. En wellicht ten overvloede herhalen we het nog maar eens: hoofdluis heeft niets te maken met persoonlijke hygiëne en komt in de beste families voor.

Wat is hoofdluis?

Hoofdluis is in ieder geval géén ziekte!

In tegenstelling tot de gangbare mening is hoofdluis géén ziekte! Net als muggen zijn hoofdluizen insecten die leven van bloed. En net zoals muggenbeten jeuken, doen luizenbeten dat ook. Hoofdluis komt veel voor en is eigenlijk heel gewoon. Je bent niet ziek, het is ook niet schadelijk en je kan er van afkomen. Het is hooguit een gek idee en wat ongemakkelijk van die beestjes in je haar. Nogmaals, hoofdluis is geen ziekte. Er is dus geen enkele reden voor schaamte of paniek, maar wel voldoende aanleiding om meteen kinderdagverblijf, school of peuterspeelzaal van je kind te waarschuwen. Een hoofdluisepidemie zit namelijk in een klein hoekje.

Even over hoofdluis zelf.

Hoofdluizen zijn kleine beestjes die zich stevig vastklemmen aan het haar. Ze komen alleen bij mensen voor en voeden zich met ons bloed. Een hoofdluis wordt ongeveer 3 mm lang. Hoofdluizen kunnen hun kleur aanpassen aan de haarkleur, waardoor ze moeilijk zijn op te sporen. Volwassen luizen leggen 6 tot 8 eitjes per dag. Die noemen we neten. De neten worden aan de haren vastgeplakt. Dicht op de hoofdhuid en het liefst op de warmste plekken, zoals achter de oren, in de nek of onder de pony van een kind. De neten zijn witgrijs van kleur en ongeveer 1 mm groot. Ze zitten stevig vast. Na een week komen ze uit en dan begint de hele cyclus opnieuw. Zonder voeding overleven hoofdluizen nog een dag of twee. De neten komen zelfs nog na een dag of zes uit, los van ons lichaam.

De luis prikt zoals gezegd in de hoofdhuid om bloed van zijn gastheer of gastvrouw te kunnen opzuigen. Dat veroorzaakt jeuk. Als je kind voortdurend aan het hoofd krabt en er ontstaan kleine wondjes of korstjes, kan dat een indicatie zijn voor de aanwezigheid van hoofdluis. Het is dan verstandig om de “stofkamproef” te doen. Onderzoek dan vooral de warme plekjes op een kinderhoofd – onder de pony, in de nek en achter de oren – want daar huist het beestje graag. Het is sowieso niet onverstandig je kind regelmatig op hoofdluis te controleren.

Waar komt hoofdluis vandaan?

Dat is nog steeds niet helemaal duidelijk. Wat wel bekend is, is dat hoofdluis steeds vaker voorkomt bij kinderen tussen de 3 en 12 jaar, het gehele jaar door. Hoofdluis heeft niets te maken met een gebrek aan hygiëne. Hoe schoner de hoofdhuid des te aantrekkelijker deze is voor de hoofdluis. Hoofdluis is heel besmettelijk en verspreidt zich door direct contact. Ze kunnen niet springen, vliegen of zwemmen. Hoofdluizen zijn echte “overlopers”.

Behandelen

Als je hoofdluis hebt geconstateerd bij je kind is het zaak snel te handelen en vooral te behandelen. Controleer alle gezinsleden, want het is bepaald niet denkbeeldig dat de hoofdluis inmiddels is “overgelopen” naar de rest van het gezin.

Voor het doden van hoofdluizen én neten zijn bij de apotheek diverse middelen verkrijgbaar. De ervaring leert dat lotions het beste resultaat geven. Shampoos zijn meestal onvoldoende werkzaam. De lotions moeten in de regel op droog haar worden aangebracht. Daarna moet het middel, afhankelijk van het merk, tien minuten tot wel twaalf uur “inwerken”. Lees voordat je de lotion gaat gebruiken altijd aandachtig de gebruiksaanwijzing en vraag bij de geringste twijfel de apotheek om advies

Voordat je baby’s en jonge kinderen met een hoofdluismiddel gaat behandelen, moet je altijd eerst advies vragen aan de huisarts.

Huis en haard

Met de behandeling van hoofdhuid en -haar ben je er nog niet Om herbesmetting te voorkomen zul je ook je huis onder handen moeten nemen. Verschoon het beddengoed en was het – evenals mutsen, sjaals en jassen – op een zo hoog mogelijke temperatuur. Moeilijk wasbare artikelen kun je eventueel 14 dagen opbergen in een goed afgesloten plastic zak. De hoofdluizen houden het namelijk maar een paar dagen uit zonder menselijk bloed, neten gaan pas na een week dood Als je de zak na afloop weer opent moet alle kleding goed worden gelucht en uitgeborsteld.

Voor de behandeling van toiletartikelen, zitmeubels en ook autostoelen zijn speciale sprays verkrijgbaar.

Preventie

Eigenlijk kunnen we over preventie heel kort zijn. Besmetting met hoofdluis is in de praktijk bijna niet te voorkomen. Als er luizen of neten zijn gesignaleerd op de school van je kinderen, kun je ze wellicht op het hart drukken om niet elkaars kleding, haarspeldjes, kammen of borstels te gebruiken. Daarmee kan de kans op besmetting enigszins worden verkleind. Uitsluiten kun je het echter niet en daarom doe je er goed aan de haren van je kind regelmatig te controleren met een speciale netenkam. Je kunt er tenslotte niet vroeg genoeg bij zijn

De feiten over hoofdluis op een rijtje.

· In alle westerse landen komt hoofdluis steeds vaker voor onder kinderen tussen 3 en 12 jaar. Wanneer de middelbare school leeftijd wordt bereikt komt hoofdluis zelden of nooit meer voor.

· Hoofdluis is geen ziekte, het is niet schadelijk en je hoeft je er niet voor te schamen, maar wel heel vervelend.

· Het heeft niets te maken met een gebrek aan hygiëne. Hoe schoner de hoofdhuid, des te aantrekkelijker voor de hoofdluis.

· Hoofdluis doet zich vaker voor bij hogere temperaturen.

· Kinderen met dik haar zijn vatbaarder voor hoofdluis.

· Tijdens het zwemmen of haren wassen blijven de luizen en neten zitten. Dicht bij de hoofdhuid.

· Hoofdluis is heel besmettelijk. Fysieke contacten tussen kinderen op school, of thuis en soms ook met ouders of leerkrachten leiden makkelijk tot besmetting. De hoofdluis is een “overloper” en wandelt van het ene hoofd naar het andere. Of hij loopt over van een kam, kledingstuk of kussen. Springen, vliegen of zwemmen, kunnen ze niet.

Als wij constateren dat een kind hoofdluis heeft bellen wij de ouders om het kind op te halen en de behandeling ertegen te starten. Pas als het kind weer vrij is van hoofdluizen mag het ook weer komen.

Belangrijke instanties:

Kinderdagverblijf De Toverfluit | Akkerseweg 11b | 5321 HG, Hedel  |  Telefoon: 073-5994­593  |  info@kdvtoverfluit.nl